|
Hindenstraat 3 B-2610 Antwerpen |
||||||||
|
. Activiteiten . |
. Vereniging . |
. Accountancy . |
. Fiscaliteit . |
. IAS / IFRS . |
. Sociaal . |
. Euro . |
. Links . | e-mail BAB |
Wettig erkende Beroepsvereniging voor Accountants, Belastingconsulenten, Boekhouders en Bedrijfsrevisoren
De EURO & B.A.B.-Antwerpen
Typ volgende lijn in de adresbalk of klik
hierna: http://www.babantwerp.be/Eurocalc.exe
Je ziet dan volgend scherm:

Klik op Dit programma starten vanop de huidige locatie en daarna
op OK
Vervolgens krijg je volgend scherm:

Kies voor Ja
Kies een koers en druk op ENTER voor de omrekening; vul je de
EURO's in, dan worden die omgerekend in de aangeduide munt en vul
je de aangeduide munt in, dan wordt die omgerekend in EURO's
Info aangaande de
jaarrekeningen in EURO:
Neerlegging van de jaarrekeningen in EURO kan pas vanaf 1 april
1999 op diskette; in de periode van 1/1/1999 tot 31/3/1999 zullen
de jaarrekeningen enkel in BEF op diskette kunnen worden
neergelegd. De formulieren voor neerlegging in EURO zijn aan te
vragen bij de Nationale Bank van België of te downloaden op:
http://www.nbb.be/BA/N/P1_26.htm
De kosten voor neerlegging in EURO kunnen worden teruggevonden op:
http://www.nbb.be/BA/N/P1_16.htm


Bilaterale omrekeningskoersen die op 2 mei 1998 zijn bekendgemaakt
1. Volgens welke kalender zal de
eenheidsmunt worden ingevoerd?
Begin mei 1998: bepaling van de deelnemende landen en
vastlegging van de bilaterale wisselkoersen
De Europese Raad, bestaande uit de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie, zal beslissen welke landen vanaf 1999 zullen deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie. De bilaterale wisselkoersen van de munten van de deelnemende landen zullen worden aangekondigd en zullen van toepassing zijn vanaf 01.01.1999. Tegelijkertijd worden de Europese centrale bank en het Europees stelsel van centrale banken opgericht. Voorbeelden van bilaterale wisselkoersen :1 DEM = 21 BEF, 1 FRF = 3 FRF
Eén januari 1999: de geboorte van de euro en vastlegging van de conversiekoersen
Op dat ogenblik zullen de landen die in 1998 werden geselecteerd, nog slechts één munt hebben: de euro. Tot 1 januari 2002 zal de euro enkel in girale vorm bestaan. De koersen voor de omzetting van de munten van de deelnemende landen in de eenheidsmunt, worden onherroepelijk vastgelegd op 01.01.1999. De nationale munten blijven gelden als wettig betaalmiddel, maar worden vanaf deze datum verschillende niet-decimale uitdrukkingen van de euro. Voorbeelden van conversiekoersen : 1 euro = 40,2171 BEF, 1 euro = 6,59993 FRF De officiële ECU, een korf met daarin de munten van de lidstaten, die enkel in girale vorm bestaat, wordt op 1 januari 1999 vervangen tegen de koers van 1 euro voor 1 ECU.
Van 1999 tot uiterlijk eind 2001: start van de Economische en Monetaire Unie
Het monetaire beleid zal worden gevoerd in euro door het Europees stelsel van centrale banken (samengesteld uit de Europese centrale bank en de nationale centrale banken). Nieuwe overheidsobligaties van de lidstaten zullen worden uitgegeven in euro. Binnen de eurozone verdwijnen de kostprijs en de risico's verbonden aan de wisselkoersen, aangezien de euro de enige munt zal zijn. U kan op elk ogenblik beslissen uw verrichtingen uit te voeren in euro, maar u zal hiertoe niet kunnen worden verplicht. Aangezien de eenheidsmunt tijdens deze fase enkel in girale vorm beschikbaar zal zijn (nog geen munten en biljetten), zal u de euro enkel kunnen gebruiken voor al uw betalingen die niet in contanten gebeuren (giro's, cheques, bankkaarten, ...).
Vanaf 1 januari 2002 tot uiterlijk 30 juni 2002: veralgemening van het gebruik van de euro
De euromunten en -biljetten worden ingevoerd en de muntstukken en biljetten in de nationale munten worden geleidelijk aan uit de omloop genomen. Net zoals u oude biljetten en munten inwisselt, zal u ook uw contanten in de nationale munt inwisselen tegen euro bij uw bank of bij de Nationale bank van België. Voor de inruiling van contanten in de munt van de andere landen van de Europese Unie die deelnemen van bij de start aan de euro ("INS-landen"), is de te volgen procedure nog volop in discussie. De kleinhandelaars zullen verplicht zijn de euro vanaf 1 januari 2002 te aanvaarden. Na uiterlijk 30 juni 2002 verliest de BEF zijn status van wettig betaalmiddel en zal enkel de euro nog mogen worden gebruikt. Alle bedragen zullen in euro moeten zijn uitgedrukt.
2. INS en PRE-INS: welke landen doen mee?
De landen van de Europese unie die van bij de start meedoen aan
de euro, worden de INS genaamd. De landen die op dat ogenblik nog
niet voldoen aan de convergentiecriteria of nog niet in de goede
richting evolueren, worden de PRE-INS genoemd.
Om de twee jaar of op verzoek van de belangstellende landen, zal worden nagegaan welke PRE-INS kunnen toetreden. Zij kunnen ondertussen wel deel uitmaken van een nieuw Europees monetair systeem (EMS Bis), dat de euro als verankeringsmunt zal hanteren.
Alle lidstaten moeten buitensporige tekorten vermijden. Er zullen strengere sancties worden voorzien voor de landen die deel uitmaken van de eurozone. In het kader van het Stabiliteits- en Groeipact wordt een procedure uitgewerkt voor de buitensporige tekorten.
Waarschijnlijk zullen volgende landen van bij het begin in de euroboot stappen:
België - Luxemburg - Italië - Ierland - Portugal - Nederland - Oostenrijk - Finland - Spanje - Frankrijk - Duitsland
Het Verenigd Koninkrijk zal in een eerste fase de zogenaamde opt-out clausule inroepen om niet deel te nemen aan de eerste eurotrein.
Denemarken liet weten niet te zullen toetreden tot de eurozone op 1 januari 1999.
Ook Zweden maakte bekend niet op de eurotrein te zullen stappen in januari 1999.
Griekenland voldoet niet aan de convergentiecriteria en zal op
1 januari 1999 niet kunnen toetreden.
3. Hoe ziet de euro er uit?
Er zullen 8 muntstukken zijn: 1, 2, 5, 10, 20, 50 eurocent en 1
en 2 euro.
Er zullen 7 biljetten in omloop worden gebracht: 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro.
Er zullen op de biljetten geen nationale verschillen te zien zijn.
De munten zullen een nationale en een Europese zijde hebben.
In België zal de beeltenis van koning Albert II de nationale
kant van de euromunten sieren.
4. Code en symbool van de euro?
ISO-Code = EUR
Op 21 april 1997 besliste de Internationale Standaard Organisatie (ISO) voor de euro de alfabetische code EUR te hanteren en als numerische 978, met onmiddellijke van kracht wording. De drielettercode zal moeten worden gebruikt in alle toepassingen op commercieel en bancair vlak.
Symbool

Op 23 juli 1997 publiceerde de Europese Commissie een bericht
ten einde het symbool van de euro bekend te maken en het gebruik
ervan te promoten. Momenteel stelt de Europese Commissie alles in
het werk om het eurosymbool en de codes voor de
computeruitwisseling die de euro worden toegekend, te laten
registreren door de ISO, ten einde deze te kunnen opnemen in de
computersystemen (fonts, toetsenborden).
5. Welke zijn de voordelen van de euro
voor de economische partijen?
Vier belangrijke voordelen:
- het verdwijnen van het wisselkoersrisico binnen de EMU-landen en bijgevolg het verminderen van de kosten voor de buitenlandse betalingen
- een grotere prijstransparantie op de Europese markt
- een verruiming van de binnenlandse markt
- een stabielere munt en lagere rentevoeten die het
investeringsgedrag positief kunnen beïnvloeden.
6. Hoe als onderneming op een
gestructureerde manier overstappen op de euro?
Dit proces moet goed georganiseerd worden. Wij raden u aan
volgende etappes te doorlopen:
7. Welke regels moeten worden nageleefd
voor de omrekeningen en de afrondingen?
Voor de omrekeningen (artikel 4 van de Verordening van de Raad):
De conversiekoersen die op 01.01.1999 onherroepelijk zullen worden vastgelegd, zullen de tegenwaarde uitdrukken van een euro in elk van de nationale munten en zullen bestaan uit zes significante cijfers.
Het aantal significante cijfers is het aantal cijfers startend van links, vanaf het eerste cijfer dat niet nul is.
Voor België zal de conversiekoers twee cijfers vóór de komma en vier cijfers na de komma tellen. Voorbeeld: 1 euro = 40,2171 BEF
Voor Ierland : 1 euro = 0,760614 IRP
Voor Duitsland : 1 euro = 1,73282 DEM
De conversiekoersen mogen bij de omzetting niet worden afgerond of ingekort. Het is verboden gebruik te maken van de inverse koersen berekend op grond van de conversiekoersen.
Aangezien het gebruik van de inverse koersen verboden is, moet het bedrag uitgedrukt in Belgische frank gedeeld worden door de conversiekoers om het bedrag in euro te verkrijgen :
Bedrag in BEF/conversiekoers
Elk bedrag dat van een nationale munteenheid moet worden omgezet in een andere nationale munteenheid, moet eerst worden omgezet in een bedrag uitgedrukt in euro. Dit bedrag, dat niet mag worden afgerond tot minder dan drie decimalen, wordt vervolgens omgezet in de andere nationale munt. Er mag geen enkele andere berekeningswijze worden gebruikt, behalve wanneer zij hetzelfde resultaat geeft.
Voorbeeld:
BEF --> EUR --> FRF
1.000 BEF --> (1.000/40,2171) x 6,59993 --> 24,865 EUR x 6,59993 --> 164,11FRF
1 BEF --> (1/40,2171) x 6,59993 --> 0,025 EUR x 6,59993 --> 0,16 FRF
FRF --> EUR --> BEF
1.000 FRF --> (1.000/6,59993) x 40,2171 --> 151,517 EUR x 40,2171 --> 6.094 BEF
1 FRF --> (1/6,59993) x 40,2171 --> 0,152 EUR x 40,2171 --> 6,11 BEF
Wat betreft het Europees algoritme kan de keuze van het aantal decimalen voor de tussenberekening in euro, een invloed hebben op het eindresultaat van de omzetting. De bilaterale omzettingskoersen van de munten van de overige landen van Monetaire unie ten overstaan van de Belgische frank zullen door het Commissariaat-generaal voor de euro gepubliceerd worden. Deze publicatie is echter uitsluitend bestemd als informatie voor de cliënten bij hun loketverrichtingen.
Voor de afrondingen (artikel 5 van de Verordening van de Raad):
Indien bedragen die moeten worden betaald of geboekt, na de omzetting in euro moeten worden afgerond, worden zij afgerond naar de dichtstbijzijnde hogere of lagere cent.
Voorbeeld : de boekhouding in BEF van een onderneming moet worden omgezet in euro met twee decimalen na de komma.
Te betalen of te boeken bedragen die worden omgezet in een nationale munt, worden afgerond naar de dichtstbijzijnde hogere of lagere onderverdeling, of bij gebrek aan onderverdeling, naar de dichtstbijzijnde eenheid of, op grond van de nationale wetten of gebruiken, naar een veelvoud of een fractie van de onderverdeling of van de nationale munteenheid. Indien de toepassing van de conversiekoers een resultaat oplevert dat zich precies in het midden situeert, dan wordt het bedrag afgerond naar het hogere cijfer.
Op grond van de nationale gebruiken wordt de conversie van een te betalen of te boeken eurobedrag in Belgische frank, afgerond op de frank volgens dezelfde methode als uiteengezet in de Europese verordening.
Voorbeelden: 1.250 BEF/40,2171 = 31,0813 afgerond op 31,08 EUR
1.500 BEF/40,2171 = 37,2975 afgerond op 37,30 EUR
5.666 BEF/40,2171 = 140,8853 afgerond op 140,89 EUR
31,08 EUR x 40,2171 = 1 249,94 afgerond op 1.250 BEF
37,30 EUR x 40,2171 = 1.500,09 afgerond op 1.500 BEF
140,89 EUR x 40,2171 = 5.666,18 afgerond op 5.666 BEF
De maximale fout per verrichting ingevolge een afronding, stemt overeen met de helft van de kleinste eenheid naar dewelke men omzet, d.w.z.:
Voor de betalingen en boekhoudkundige verrichtingen stelt een afronding die voortvloeit uit een omzetting van de Belgische frank naar de euro of van de euro naar de Belgische frank, geen enkel juridisch probleem indien deze gebeurt volgens de methode vermeld in de verordening (artikel 5).
Wat betreft de boekhoudkundige verwerking van de afrondingen, stelt de Commissie voor Boekhoudkundige Normen voor om alle afrondingsverschillen onder te brengen in een subrekening van de financiële resultaten (rekeningen 657 tot 659 of 756 tot 759 van de minimumindeling van het algemeen rekeningstelsel, in te brengen in de resultatenrekening onder de opbrengsten of de kosten, al naargelang het een debet- of creditsaldo betreft).
Behoudens uitzondering vast te leggen door het Ministerie van
Economische Zaken, gebeurt de omzetting ingevolge de dubbele
prijsaffichering, volgens dezelfde procedure als deze vermeld in
de Europese verordening, d.w.z. voor de omrekening in euro van
een prijs uitgedrukt in BEF, met twee decimalen na de komma.
8. Specifieke gevallen inzake
omzettingen en afrondingen.
- Wedersamenstelling van de oorspronkelijke bedragen
BEF --> EUR --> BEF
Voorbeeld: 1.250 BEF --> 31,08 EUR --> (1 249,947..) 1 250 BEF
Aangezien de precisie van de bedragen uitgedrukt in euro groter is dan deze van de bedragen uitgedrukt in Belgische frank, kan een BEF-bedrag dat wordt omgezet in EUR steeds opnieuw worden samengesteld in BEF.
EUR --> BEF --> EUR
Voorbeeld: 871,55 EUR --> 35.051 BEF --> 871,54 EUR
Een oorspronkelijk bedrag in euro, dat wordt omgezet in Belgische frank kan niet exact opnieuw worden omgezet in euro! De maximale fout bij een heromzetting in euro bedraagt maximaal +/- 0,01 euro per bedrag. In dat geval kan dergelijk verschil, volgens de aanbevelingen van het Commissariaat-generaal voor de euro, niet worden aangegrepen om de juistheid van een betaling te betwisten. Dit verschil moet worden beschouwd als een tolerantie voor zover het voortspruit uit de toepassing van artikel 5 van de Europese Verordening.
Deze tolerantie zal eveneens moeten worden opgenomen in de computerprogramma's, in het bijzonder de boekhoudingsprogramma's, ten einde problemen verbonden aan de matching van bedragen, te vermijden.
Voor de deviezen van de andere Lidstaten die zullen deelnemen aan de Europese Muntunie, kan de wedersamenstelling tot gelijkaardige problemen leiden. Alles zal hierbij afhangen van de verschillende graad in precisie van de bedragen uitgedrukt in euro vs. de bedragen uitgedrukt in de nationale deviezen.
- Matchen van de resultaten:
Alhoewel de afrondingen op grond van de wet van de grote aantallen elkaar opheffen, kunnen de fouten oplopen bij enerzijds betalingsverrichtingen en anderzijds de verwerking van gegevens (onder meer boekhoudkundige gegevens). Rekenkundige bewerkingen op afgeronde bedragen kunnen de afrondingsfouten vergroten. Daardoor kan de som of het product van omgezette bedragen verschillen van de omzetting van het totale bedrag.
Voorbeelden:
1) BEF EUR
1.250 --> 31,08
1.300 --> 32,32
500 --> 12,43
600 --> 14,92
Geeft als totaal (90,75)
3.650 --> 90,76
In dit geval stemt de som van de afrondingen niet overeen met de afronding van de som!
2) 1.000 BEF x 250 = 250.000 BEF --> 6.216,26 EUR
24,87 EUR x 250 = 6.217,5 EUR
De grote facturerende instellingen hebben beslist enkel het totale bedrag van de factuur om te zetten in de andere munt. Het overschrijvingsformulier dat bij de factuur wordt gevoegd zal steeds overeenstemmen met de munt waarin het detail van de factuur is uitgedrukt. Deze oplossing, enkel het eindresultaat om te zetten in de andere munt, werd eveneens als aanbeveling opgenomen in het verslag "Conversies en afrondingen"; van het Commissariaat-generaal voor de euro.
- Vastlegging van een unitaire referentiewaarde :
Voor de goederen en diensten waarvoor het op grond van de aard van het contract noodzakelijk is een unitaire referentiewaarde vast te leggen die gebruikt wordt als rekeneenheid in BEF, zal deze referentiewaarde worden geherformuleerd in euro, met een bijkomende precisie van minstens twee decimalen of met een precisie die minstens gelijk is aan die van toen de eenheid was uitgedrukt in Belgische frank. Dit is het geval bij herhalingen van vrij lage bedragen met verscheidene decimalen na de komma, zoals de eenheidswaarden die worden gebruikt voor de opstelling van de facturen voor gas, water en elektriciteit. Het totaal te betalen of te boeken bedrag zal worden afgerond volgens de methode vermeld onder artikel 5 van de Verordening, d.w.z. voor de euro naar de eurocent.
Indien de eenheidsprijs wordt uitgedrukt op grond van een grotere rekeneenheid (x 10 of x 100), wordt de berekening toch uitgevoerd op grond van de basisrekeneenheid. Algemeen moet de herformulering van de basisprijs in euro even precies zijn als de oorspronkelijke prijs in Belgische frank.
Voorbeeld: Indien de eenheidsprijs voor gas 0,22911 BEF per MJ bedraagt
dan geeft dit in euro 0,0056968 EUR per MJ
of 0,56968 EUR voor 100 MJ
9. Andere Informatiebronnen
Naast wetteksten, werkdocumenten, handboeken, artikels en
brochures verschenen de laatste maanden internet sites en
interactieve diskettes over de euro. U vindt hierna een selectie
van enkele praktische informatiebronnen.
![]()