|
Hindenstraat 3 B-2610 Antwerpen |
||||||||
|
. Activiteiten . |
. Vereniging . |
. Accountancy . |
. Fiscaliteit . |
. IAS / IFRS . |
. Sociaal . |
. Euro . |
. Links . | e-mail BAB |
Wettig erkende Beroepsvereniging voor Accountants, Belastingconsulenten, Boekhouders en Bedrijfsrevisoren
Huishoudelijk Reglement B.A.B.-Antwerpen
Art. 1 Het reglement van orde, voorzien in artikel 37 van de statuten van de Beroepsvereniging voor Accountants, Belastingconsulenten, Bedrijfsrevisoren, Boekhouders en Erkende Fiscalisten, afgekort B.A.B.-Antwerpen heeft tot doel de interpretatie van deze statuten te verduidelijken en de procedures te omschrijven.
LEDEN
Art. 2 In overeenstemming met de artikelen 4 tot en met 12 van de statuten worden de werkende leden ingedeeld in twee soorten : effectieve leden en aspirantleden.
Art. 3 De kandidaat-leden, ongeacht het onderscheid bedoeld in artikel 2 van dit reglement, richten hun verzoek tot toetreding tot de Raad, die dit verzoek tot toetreding overmaakt aan de aanvaardings-commissie.
Dit verzoek dient te gebeuren op een door de vereniging ter beschikking gesteld formulier dat volledig dient ingevuld en ondertekend te worden.
Elk verzoek tot toetreding dient vergezeld te zijn van :
Door eenvoudig verzoek tot toetreding verbinden de kandidaten zich ertoe in hun beroepsactiviteiten af te zien van het voeren van iedere ongeoorloofde rechtstreekse of onrechtstreekse publiciteit of dienstaanbieding, werving inbegrepen en het ongeoorloofd aanwenden van alle reclamemethodes of reclamemiddelen.
Zij verbinden zich tevens geen cliënteel van andere leden van de vereniging over te nemen, zonder voorafgaandelijk schriftelijk met hen contact te hebben genomen ; zij zijn ertoe gehouden zich te vergewissen van de betaling van de verschuldigde en niet-betwiste honoraria.
De kandidaten zullen zich na hun aanvaarding dienen te houden aan de deontologische regels van hun wettelijk statuut.
Art. 4 De beroepsbekwaamheid van de kandidaten kan geleverd worden :
1. Voor de beroepen bedoeld in artikel 5 van de statuten, de opdrachten uitvoeren die hen bij of krachtens de wet toevertrouwd zijn :
Deze kandidaten dienen bij hun "verzoek tot toetreding" de volgende documenten te voegen
2. De andere kandidaten dienen bij hun "verzoek tot
toetreding" de volgende documenten te
voegen :
a. voor een universitair of hoger economisch geschoolde van het lange type buiten de universiteit een voor echt verklaarde kopie van één of meer van de volgende diploma's of getuigschriften :
- 1. - licentiaat in de rechten ;
- - licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen of in de handels-wetenschappen ;
- 2. - kandidaat in de rechten ;
- - kandidaat in de toegepaste economische wetenschappen of in de handels-wetenschappen.
b. voor een hoger economisch geschoolde van het korte type of analoge opleiding een voor echt verklaarde kopie van één of meer van de volgende diploma's of getuigschriften :
- - graduaat boekhouden ;
- - graduaat fiscale wetenschappen ;
- - een gelijkwaardig diploma.
c. voor op een andere wijze gevormde dan in a) en b) : een attest van beroepsbekwaamheid opgesteld naar waarheid en in eer en geweten bevestigd door twee effectieve leden van de vereniging.
Voor de diploma's zal de aanvaardingscommissie zich richten naar de onderrichtingen ter zake die gelden in de wettelijk opgerichte instituten.
3. De personen in dienstverband niet bedoeld onder 1. en 2. moeten het bewijs leveren dat zij zich bezighouden met het organiseren van boekhoudingen, het opmaken, analyseren en interpreteren van de jaarrekening, het toepassen van de fiscale wetgeving, het vervullen van de daarbij horende administratieve en fiscale formaliteiten, verifiëren en rechtzetten van de administratieve en boekhoudkundige bescheiden, het verstrekken van advies hierover aan hun werkgevers en met het vertegenwoordigen van hun opdrachtgevers als mandataris bij een administratie. Als zij geen accountant zijn dienen zij dezelfde bijkomende formaliteiten te vervullen als de kandidaten vermeld onder 2 hiervoor.
Art. 5 De duurtijd van de beroepsuitoefening voor de
effectieve leden wordt als volgt vastgesteld,
minimaal :
- 3 jaren voor een universitair of hoger economisch geschoolde van het lange type buiten de universiteit met het minimum diploma van licentiaat (zie artikel 4/2.a.1.) ;
- 5 jaren
- 10 jaren
De kandidaat-leden moeten attesten van beroepsuitoefening voorleggen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
- voor loontrekkenden : origineel gedagtekend attest op briefhoofd van de werkgever en ondertekend door de wettelijk verantwoordelijke persoon of personen ; de beroepsactiviteiten moeten zo gedetailleerd mogelijk omschreven worden met opgave van de begin- en einddata van de tewerkstelling.
- voor zelfstandigen :bewijs van beroepsuitoefening door minstens twee van de volgende documenten :
- - ondernemingsnummer
- - aanvaardingsattest sociaal verzekeringsfonds
- - origineel attest vanwege meerdere cliënten opgesteld zoals het attest werkgever voor de loontrekkenden;
- - curriculum vitae door de kandidaat opgesteld maar naar waarheid en in eer en geweten bevestigd door twee effectieve leden van de vereniging.
Uit deze documenten moet blijken dat de kandidaat actief is in één van de beroepen opgesomd onder artikel 1 van het reglement en voor welke termijn.
Art. 6 De kandidaat aspirantleden moeten zich houden aan de aanvaardingsvoorwaarden van de effectieve leden met de volgende uitzonderingen of aanvullende voorwaarden :
De aanvaarde aspirantleden hebben de volgende verplichtingen :
Art. 7 a. In toepassing van artikel 7 van de statuten worden de volgende honoraire titels ingevoerd :
- 1. Erelid: Dit zijn de personen die aan de vereniging bijzondere diensten hebben bewezen of die uitmuntende vertegenwoordigers van het beroep zijn. (artikel 7 b. van de statuten)
- 2. Ere-raadslid: Dit zijn de personen die gedurende minstens 10 jaren deel hebben uitgemaakt van de Raad, die er zich verdienstelijk hebben gemaakt en die hieruit eervol ontslag hebben genomen.
- 3. Ere-effectief lid: Dit zijn de gewezen effectieve leden die eervol uit het beroep getreden zijn na gedurende
10 jaren op de ledenlijst vermeld te zijn geweest. (artikel 7 a. van de statuten)
b. de kandidaten voor de titels onder 2. en 3. moeten een schriftelijk verzoek richten tot de Raad. De Raad kan voor de titels 1., 2. en 3. zelf kandidaten voorstellen. De Raad zal de weerhouden kandidaten voordragen aan de Algemene Vergadering.
c. De ereleden (a.1.) kunnen door de Algemene Vergadering ontheven worden van het storten van een bijdrage, doch hebben voor het overige dezelfde verplichtingen als de andere leden. (artikel 9 van de statuten) Zij dienen de voorgeschreven eed niet af te leggen.
d. De ereraadsleden (a.2.) blijven dezelfde verplichtingen en rechten hebben als de effectieve leden zolang zij niet uit het beroep getreden zijn.
e. De ere-effectieve leden (a.3.) betalen een deelneming in de kosten van de vereniging zoals bepaald door de Algemene Vergadering.
RAAD
Art. 8 De Raad heeft de bevoegdheid, buiten de in de artikelen 13 tot en met 33 van de statuten voorziene organen, andere permanente of tijdelijke commissies op te richten. Deze commissies worden samengesteld uit effectieve leden of aspirantleden en worden voorgezeten door een lid van de Raad tenzij de Raad er anders over beslist.
Art. 9 De Raad stelt bij het begin van ieder jaar een begroting op van de opbrengsten en kosten, op voorstel van de penningmeester.
STUDIECOMMISSIE
Art. 10 De studiecommissie heeft tot doel :
De studiecommissie mag tevens alle handelingen stellen welke rechtstreeks verband houden met haar doel.
Art. 11 De studiecommissie wordt samengesteld door de Raad en bestaat uit leden van de beroepsvereniging of andere personen omwille van hun deskundigheid en dit onder het voorzitterschap van een raadslid.
Art. 12 De studiecommissie benoemt in haar eerste vergadering van het kalenderjaar een voorzitter en ondervoorzitter. Zij kan eveneens een secretaris en penningmeester aanstellen.
AANVAARDINGSCOMMISSIE
Art. 13 De aanvaardingscommissie wordt samengesteld door de Raad en bestaat uit een magistraat of eremagistraat, of bij gebreke een lid van de balie die het voorzitterschap waarneemt, bijgestaan door één professor van het universitair of hoger economisch onderwijs, door een afgevaardigde van de Raad en door minstens vier effectieve leden van de vereniging.
Art. 14 De aanvaardingscommissie vergadert minstens vier maal per jaar tenzij er geen dossiers door de Raad overgemaakt werden.
Tijdens elke vergadering wordt de datum van de volgende zitting vastgesteld.
Art. 15 De Raad kan op elk ogenblik een einde stellen aan het mandaat van een lid van de aanvaardingscommissie.
Art. 16 De aanvaardingscommissie benoemt onder haar leden een secretaris voor het vervullen van alle administratieve formaliteiten. De dossiers van de kandidaatsleden worden door de Raad overgemaakt aan de secretaris van deze commissie, die een voorlopige verificatie uitvoert op volledigheid van deze dossiers. De aanvaardingscommissie kan ieder jaar het bedrag van de dossierkosten voorstellen aan de jaarvergadering.
Art. 17 De aanvaardingscommissie dient te onderzoeken of de kandidaat zich in de objectieve voorwaarden bevindt om als lid te worden aanvaard rekening gehouden met de statuten en het reglement van orde.
Art. 18 De morele integriteit en de professionele bekwaamheid van de kandidaat worden aan de vrije beoordeling van de aanvaardingscommissie overgelaten.
Art. 19 Moest de aanvaarding van een kandidaat eventueel aanleiding kunnen geven tot het in opspraak brengen van de beroepsvereniging, kan de aanvaardingscommissie de kandidaat afwijzen.
Art. 20 De aanvaardingscommissie kan aan de Raad uitsluitend voorstellen de kandidaat te aanvaarden, uit te stellen of te weigeren. Elke afwijzing dient met redenen omkleed te worden.
Art. 21 De aanvaardingscommissie beslist over de haar voorgelegde dossiers, bij meerderheid van stemmen, in afwezigheid van de kandidaat. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
Art. 22 Geen afwijzende beslissing mag genomen worden zonder de kandidaat uitgenodigd te hebben zijn middelen voor te dragen. De Raad dient binnen de maand een afgewezen kandidaat bij middel van een aangetekend schrijven de redenen van zijn afwijzing te betekenen.
Tegen deze beslissing kan door de kandidaat beroep aangetekend worden. Dit dient aangetekend te gebeuren bij de Raad, binnen een maand na verzending van het aangetekend schrijven door de Raad. De Raad zal dit dossier overmaken aan de commissie van beroep.
Art. 23 De notulen van de beraadslagingen van de aanvaardingscommissie worden door haar secretaris overgemaakt aan de Raad en worden bewaard door de secretaris van de vereniging.
TUCHTRAAD
Art. 24 De tuchtraad zal op verzoek van de Raad alle klachten - voorzien in artikel 31 van de statuten - onderzoeken zoals omschreven in artikel 31 van de statuten.
Art. 25 De tuchtraad wordt door de Raad samengesteld uit de effectieve leden van de vereniging. Hij telt vijf leden en drie plaatsvervangers. Om te kunnen beraadslagen moeten er vijf leden of hun plaatsvervangers in de tuchtraad zetelen.
Art. 26 Als de Raad een behoorlijk ondertekende klacht ontvangt zal hij, uiterlijk binnen de dertig dagen, de beklaagde hiervan op de hoogte brengen bij middel van een aangetekend schrijven. Binnen de vijftien dagen na betekening aan de beklaagde dienen de bundels van de Raad en/of van de klager en het bundel van de beklaagde overgemaakt te worden aan de voorzitter van de tuchtraad. De Raad duidt één van zijn leden aan als afgevaardigde, die geen deel zal nemen aan de stemming over de beslissing van de tuchtraad met betrekking tot de voorgebrachte klacht. De tuchtraad zal uiterlijk twee maanden na overmaking van de bundels aan de voorzitter van de tuchtraad een beslissing nemen op basis van de artikels 32 en 33 van de statuten.
Art. 27 De klager en/of de afgevaardigde van de Raad, de leden van de tuchtraad en hun plaatsvervangers worden bij gewone brief, de beklaagde bij aangetekend schrijven, door de voorzitter van de tuchtraad samengeroepen met aanduiding van plaats, dag en uur. Alle opgeroepen personen zijn verplicht hieraan gevolg te geven. Bij ongewettigde afwezigheid kan de voorzitter van de tuchtraad sancties voorstellen. De tuchtraad beslist over de toepassing hiervan.
Art. 28 a. Ieder lid van de tuchtraad kan worden gewraakt om de volgende redenen :
- 1. indien het lid een persoonlijk belang heeft bij het geschil ;
- 2. indien het lid bloed- of aanverwant van één der partijen in rechte lijn is, zelfs wanneer het een erkende natuurlijke verwantschap betreft of in de zijlijn tot in de vierde graad of indien het lid bloed- of aanverwant is in de voormelde graad van de echtgeno(o)t(e) van één der partijen ;
- 3. indien het lid voogd of voorlopig bewindvoerder of begiftigde of vermoedelijke erfgenaam, meester of vennoot van één der partijen is, indien het bestuurder of commissaris is van enigerlei instelling, vennootschap of vereniging die partij is in het geding, indien één der partijen zijn begiftigde of vermoedelijke erfgenaam is.
b. Ieder lid van de tuchtraad die weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, moet zich van de zaak onthouden.
Art. 29 De beklaagde is verplicht elke uitleg te verschaffen die hem, hetzij tijdens het onderzoek, indien hij wordt opgeroepen, hetzij ter zitting wordt gevraagd, in verband met de hangende klacht.
Art. 30 Het is de tuchtraad toegelaten ieder persoon ter zitting op te roepen teneinde inlichtingen, ophelderingen en verklaringen te bekomen met betrekking tot de aanhangig gemaakte klacht. Deze verklaringen dienen geacteerd te worden op het zittingsblad.
Art. 31 De tuchtraad verkiest onder zijn leden een griffier die instaat voor het vervullen van alle administratieve formaliteiten. Ondermeer acteert hij alle verklaringen van partijen, getuigen en debatten op het zittingsblad. Dit zittingsblad wordt, na voorlezing door de griffier, ondertekend door de voorzitter en de leden van de tuchtraad.
Art. 32 Bij de opening van de zitting van de tuchtraad dient de voorzitter na te gaan of deze regelmatig en statutair werd samengesteld en of de hoger vermelde termijnen werden geëerbiedigd. Zijn bevindingen worden geacteerd op het zittingsblad.
Art. 33 De afgevaardigde van de Raad brengt hierna verslag uit met betrekking tot de klacht en gaat over tot het eisen van een sanctie zoals bedoeld in artikel 32 van de statuten.
Art. 34 Na de vordering van de afgevaardigde van de Raad wordt de beklaagde gehoord in zijn middelen, eventueel bijgestaan door een gevolmachtigde raadsman.
Art. 35 Hierna worden de debatten gesloten en trekt de tuchtraad zich terug teneinde te beslissen overeenkomstig de artikelen 32 en 33 van de statuten, zulks in afwezigheid van partijen en van de afgevaardigde van de Raad.
Art. 36 De beslissing wordt geacteerd door de voorzitter en in origineel ondertekend door de voorzitter en de leden en/of plaatsvervangers van de tuchtraad.
Art. 37 Een eensluidend afschrift van de beslissing, vermeld in voorgaand artikel, wordt per aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de beklaagde en aan de Raad per gewone brief.
Art. 38 Elke belanghebbende kan verhaal instellen tegen deze beslissing binnen de maand na betekening van de beslissing aan de beklaagde. Het verhaal dient te worden ingesteld bij aangetekend schrijven aan de voorzitter van de commissie van beroep.
COMMISSIE VAN BEROEP
Art. 39 De beslissingen zowel van de aanvaardingscommissie als van de tuchtraad kunnen aangevochten worden door elke belanghebbende partij door een hoger beroep ingesteld voor de commissie van beroep.
Art. 40 De commissie van beroep wordt samengesteld door de Raad, dient te bestaan uit vijf leden en wordt voorgezeten door een magistraat, een magistraat emeritus of bij gebreke hieraan, door een lid van de balie. De voorzitter van de Raad, of bij diens verhindering de ondervoorzitter, maakt van rechtswege deel uit van de commissie van beroep. De overige drie leden worden samen met drie plaatsvervangers aangeduid.
Art. 41 De beslissing van de commissie van beroep is definitief.
Art. 42 Door de commissie van beroep kunnen de uitgesproken maatregelen of sancties slechts verzwaard worden met eenparigheid van stemmen. De beslissingen, die geen verzwaring van sancties teweegbrengen of die deze milderen, worden genomen bij eenvoudige meerderheid van stemmen.
Art. 43 De commissie van beroep vergadert enkel en alleen na samenroeping door de Raad op plaats, datum en uur door deze laatste bepaald, bij gewoon schrijven.
Art. 44 Wanneer de commissie van beroep zetelt als aanvaardingscommissie van beroep wordt haar procedure geregeld door de artikelen 13 tot en met 23 van het reglement van orde. De secretaris van de aanvaardingscommissie brengt verslag uit over het dossier van aanvaarding en over de beslissing in eerste aanleg genomen.
Art. 45 Wanneer de commissie van beroep zetelt als tuchtraad wordt haar procedure geregeld door de artikelen 31 tot en met 33 van de statuten en de artikelen 24 tot en met 38 van het reglement van orde. De griffier van de tuchtraad draagt het verslag voor.
BEROEPSGEHEIM
Art. 46 Alle mandatarissen van de beroepsvereniging B.A.B.-ANTWERPEN, raadsleden, leden van de studiecommissie, van de aanvaardingscommissie, de tuchtraad, de commissie van beroep en zo meer, zijn verplicht tot volstrekte geheimhouding van alle besprekingen, debatten, beraadslagingen en stemmingen waaraan zij hebben deelgenomen en waarvan zij kennis hebben kunnen verkrijgen. Elke inbreuk op huidig artikel, zal bestraft worden met een sanctie, zoals bepaald in artikel 32 van de statuten, en zulks bij beslissing van de Raad.
JAARREKENING
Art. 47 De jaarrekening, opgesteld door de Raad, wordt nagezien door twee commissarissen, benoemd door de Algemene Vergadering die beslist over de jaarrekening van het vorige werkjaar, jaarvergadering genoemd. De commissarissen mogen geen lid zijn van de Raad. Zij dienen verslag uit te brengen over hun bevindingen op de volgende jaarvergadering.
EEDAFLEGGING
Art. 48 De effectieve leden leggen, na hun aanvaarding, in handen van de voorzitter van de vereniging, of zijn plaatsvervanger tijdens de jaarvergadering de volgende eed af :
"Ik zweer in eer en geweten de opdrachten te vervullen die mij zullen toevertrouwd worden in het kader van de statutair voorziene beroepen en de statuten en reglementen van de beroepsvereniging te eerbiedigen."
Art. 49 Het effectief lid dat, zonder gegronde redenen, nalaat de voorgeschreven eed af te leggen, wordt geacht te verzaken aan het lidmaatschap van de vereniging vanaf de aanvang van de jaarvergadering die volgt op deze waarop de eedaflegging had dienen te gebeuren.
BIJDRAGEN
De algemene vergadering, gehouden op 19 februari 2004, heeft op basis van artikel 8 a. van de statuten het bedrag en wijze van betalen van de jaarlijkse bijdrage als volgt bepaald :
Enkel voor het jaar van toetreden: proportioneel voor nieuwe leden:
Deze bedragen gelden tot en met de eerste aanvaardingscommissie gehouden in het werkingsjaar. Voor de leden die aanvaard worden tijdens de latere aanvaardingscommissies zullen deze bedragen degressief aangepast worden.
De penningmeester zal de bijdragen vorderen onmiddellijk na de jaarvergadering en de betaling dient door de leden te gebeuren voor 30 april daaropvolgend. Aan de leden die op deze datum nog niet betaald hebben zal een verhoging van 10 % per aangevangen maand aangerekend worden.
Aan de leden die per 30 juni niet betaald hebben zal iedere toezending van uitnodigingen en documentatie geschorst worden.
De leden die één jaar achterstallig zijn in hun bijdrage zullen na aanmaning per aangetekende brief met een uiterste datum van betaling van nog dertig dagen door de Raad uitgesloten worden met inachtneming van artikel 11 d. van de statuten.
![]()