B.A.B.-Antwerpen

Hindenstraat 3   B-2610 Antwerpen 

. Activiteiten .

. Vereniging .

. Accountancy .

. Fiscaliteit .

. IAS / IFRS .

.  Sociaal .

.  Euro .

. Links .  e-mail BAB

Wettig erkende Beroepsvereniging voor Accountants, Belastingconsulenten, Boekhouders en Bedrijfsrevisoren

Statuten B.A.B.-Antwerpen

Ten jare negentienhonderd zevenenzestig de tweede mei te Antwerpen werd een beroepsvereniging opgericht volgens de wet van 31 maart 1898 en de latere wetten en koninklijke besluiten die wijziging of aanvulling hebben gebracht. De statuten werden bekrachtigd door de Raad van State op 20.02.1968 (verzameling der akten van de Beroepsverenigingen, bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 02.03.1968 daarna, akte nr. 71) ; ze werden gewijzigd op 25.01.1969 (verzameling der akten van de Beroepsverenigingen, bijlage tot het B.S. van 05.07.1969 nr. 328).
De akte van 22 april 1996 houdende herziening van de statuten werd bekrachtigd door de Raad van State in zitting van 27 oktober 1997 (verzameling der akten van Beroepsverenigingen, bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 10.11.1997, akte nr. 211.)

HOOFDSTUK I Benaming, zetel, duur en doel

Art. 1 De beroepsvereniging draagt de benaming "Beroepsvereniging voor Accountants, Belasting-consulenten, Bedrijfsrevisoren, Boekhouders en Erkende Fiscalisten", afgekort B.A.B.-Antwerpen.

Art. 2 De zetel der vereniging is gevestigd te Antwerpen. Haar werkterrein strekt zich uit over het gebied van de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 3 De vereniging heeft tot doel de totstandkoming van een korps van specialisten die met inachtneming van alle eisen inzake beroepsbekwaamheid, onafhankelijkheid, waardigheid en rechtschapenheid het beroep van accountant, belastingconsulent, bedrijfsrevisor, boekhouder of erkend fiscalist uitoefenen, alsmede de bescherming en bevordering van hun beroepsbelangen.

Zij zal dit doel verwezenlijken onder meer door :

a. voorstellen te formuleren en adviezen te verstrekken betreffende alle wettelijke en reglementaire bepalingen die betrekking hebben op het beroep van haar leden.

b. de opleiding en de permanente vorming van haar leden te ondersteunen.

c. de regels van de deontologie die gelden voor het beroep van haar leden te doen naleven.

d. maatregelen te treffen teneinde de solidariteit onder de leden te bevorderen.

HOOFDSTUK II Leden

Art. 4 De vereniging bestaat uit werkende leden en ereleden.

Het aantal der werkende leden is niet beperkt, doch mag niet minder bedragen dan 7.

Er mogen niet meer ereleden zijn dan één vierde van het aantal der werkende leden.

Art. 5 Kunnen als werkende leden worden aanvaard, mits te voldoen aan de hierna bepaalde
voorwaarden :

a. de natuurlijke personen die opdrachten uitvoeren die bij of krachtens de wet aan accountants, belastingconsulenten, bedrijfsrevisoren, boekhouders of erkende fiscalisten zijn toevertrouwd ;

b. de natuurlijke personen die de opdrachten van belastingconsulent of boekhouder in dienstverband uitoefenen.

Art. 6 Om werkend lid te zijn moet men :

a. Belg zijn of vreemdeling gemachtigd zich in België te vestigen en in het gebied van de vereniging het beroep uit te oefenen ;

b. ten minste 25 jaar oud zijn ;

c. een onder artikel 5 bepaald beroep uitoefenen, hetzij als zelfstandige, hetzij als mandataris of aangestelde van een vennootschap, vereniging of organisme ;

d. voldoen aan de vereisten betreffende de duurtijd van de beroepsuitoefening, zoals vastgesteld bij reglement van orde, (en minstens overeenkomstig de wettelijke voorschriften) ;

e. een schriftelijk verzoek om aanvaarding richten tot de Raad.

Art. 7 Kunnen op voordracht van de Raad als erelid worden aangenomen door de Algemene Vergadering :

a. de gewezen leden die eervol uit het beroep getreden zijn na gedurende 10 jaar op de ledenlijst vermeld te zijn geweest ;

b. de personen die aan de vereniging bijzondere diensten hebben bewezen of die uitmuntende vertegenwoordigers van het beroep zijn.

De ereleden hoeven niet te voldoen aan de voorwaarden inzake beroep en verblijfplaats, maar vallen wel onder het verbod van artikel 3, laatste lid, van de wet van 31 maart 1898.

Art. 8 De leden verplichten zich tot :

a. het storten van een bijdrage waarvan het bedrag en de wijze van betalen jaarlijks bepaald worden door de Algemene Vergadering ;

b. het bijwonen der jaarlijkse Algemene Vergadering, behoudens wanneer gegronde redenen hen daarvan verhinderen ;

c. het naleven der statuten en reglementen van de vereniging.

Art. 9 De ereleden kunnen door de Algemene Vergadering ontheven worden tot het storten van een bijdrage, doch hebben voor het overige dezelfde verplichtingen als de andere leden.

Art. 10 De werkende leden en ereleden hebben het recht te allen tijde ontslag te nemen.

Het ontslag dient schriftelijk bekend gemaakt aan de Raad. De vereniging mag slechts de achterstallige en lopende bijdragen vorderen.

Art. 11 De werkende leden en de ereleden kunnen uit de vereniging worden gesloten :

a. wanneer zij tekort zijn gekomen aan de regelen der collegialiteit ;

b. wanneer zij de statuten en bijzondere reglementen der vereniging niet eerbiedigen ;

c. wanneer zij door hun gedrag of verwaarlozing van plichten het beroep, de vereniging of zichzelf in opspraak brengen ;

d. wanneer zij één jaar achterstallig zijn in hun bijdrage na aanmaning per aangetekende brief.

De uitsluiting wordt uitgesproken door de Raad met een vier vijfden meerderheid.

De betrokkene moet worden verzocht en toegestaan zich te verdedigen.

Art. 12 De leden die ontslag nemen of uitgesloten worden verliezen alle rechten en voordelen door de vereniging aan haar leden toegekend.

HOOFDSTUK III Algemene Vergadering en stemrecht

Art. 13 Alleen de werkende leden hebben stemrecht in de Algemene Vergadering. Deze laatste beslist bij eenvoudige meerderheid van stemmen, behoudens in de gevallen waar een speciale meerderheid door de wet of door de statuten is voorzien.

Werkende leden die aan een vergadering niet kunnen deelnemen mogen zich laten vertegenwoordigen door een ander werkend lid, houder van maximum vijf volmachten.

Art. 14 De regelmatig bijeengekomen Algemene Vergadering vertegenwoordigt al de leden ; haar beslissingen binden evenzeer de leden die niet of tegen stemmen.

De Algemene Vergadering is bevoegd tot het verkiezen van de leden van de Raad, het goedkeuren van de bijzondere reglementen, het wijzigen van de statuten, het ontbinden van de vereniging, het onderzoeken van de rekeningen en in het algemeen, tot het bespreken van alle onderwerpen die de vereniging aangaan en haar regelmatig zijn voorgelegd.

Art. 15 De Algemene Vergadering komt ten minste éénmaal per jaar bijeen, ten laatste op 20 februari.

Op deze vergadering draagt de Raad een verslag voor over zijn werkzaamheden gedurende het verlopen jaar en legt hij de jaarrekening alsmede de begroting voor het nieuwe werkjaar ter goedkeuring voor.

De rekeningen worden opgemaakt overeenkomstig het door de regering vastgelegde model. Zij moeten, door toedoen van de penningmeester, op de zetel van de vereniging ter inzage liggen voor nazicht van de leden, gedurende de vijftien dagen die aan de Algemene Vergadering voorafgaan. De rekeningen worden slechts bekendgemaakt met toestemming van de Algemene Vergadering.

De aldus goedgekeurde rekeningen worden, samen met de andere stukken vermeld in artikel 8 van de wet van 31 maart 1898, door toedoen van de Raad, naar het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid gezonden voor 1 maart van elk jaar.

Art. 16 De Algemene Vergadering wordt eveneens bijeengeroepen telkens het doel of het belang van de vereniging zulks vereist, op initiatief van de Raad.

Bovendien is de Raad gehouden de Algemene Vergadering bijeen te roepen wanneer een vijfde van de werkende leden hem er schriftelijk om verzoeken, met aanduiding van het onderwerp, dat zij op de dagorde wensen te brengen.

Art. 17 Een Algemene Vergadering samengeroepen tot wijziging der statuten of tot ontbinding der vereniging, dient te beslissen overeenkomstig volgende modaliteiten :

a) minstens de helft der werkende leden moet aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Evenwel indien bij een eerste oproeping het vereiste aantal werkende leden (in persoon of bij vertegenwoordiging) niet wordt bereikt, kan na een nieuwe oproeping, een tweede Algemene Vergadering geldig beslissen, ongeacht het aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd ;

b) de beslissingen moeten worden uitgesproken met een meerderheid van drie vierden der tegenwoordige of vertegenwoordigde leden.

De beslissingen door dergelijke Algemene Vergadering genomen, verwerven slechts kracht na goedkeuring door de Raad van State en na publikatie, overeenkomstig de art. 6 en 7 van de wet van 31 maart 1898.

Art. 18 De leden moeten door de Raad worden opgeroepen ten minste 8 dagen vóór de vergadering. Dit geschiedt bij gewone brief, die de agenda, vastgesteld door de Raad, vermeldt. Elk onderwerp dat schriftelijk wordt voorgedragen door ten minste een vijfde der werkende leden, moet op de agenda worden geplaatst.

Art. 19 De Algemene Vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de Raad en bij diens afwezigheid door de ondervoorzitter. Bij schriftelijke stemming duidt de voorzitter twee stemopnemers aan.

Art. 20 De notulen der Algemene Vergadering worden opgenomen door de secretaris van de Raad en door hem bijgehouden in een register ondertekend door de voorzitter, de secretaris en de leden, die zulks wensen.

De leden van welke categorie ook, hebben het recht om op hun kosten en zonder verplaatsing, inzage en afschrift van de notulen te vragen, dit alles onverminderd de door de wet eventueel voorgeschreven publiciteit.

HOOFDSTUK IV Raad

Art. 21 De vereniging wordt bestuurd door een Raad van minstens zeven en hoogstens twaalf leden, gekozen onder de werkende leden.

Degenen die bedoeld zijn bij het laatste lid van artikel 4, 4° van de Wet van 31 maart 1898 kunnen aan het bestuur niet deelnemen.

Art. 22 De leden van de Raad worden door een daartoe samengeroepen Algemene Vergadering benoemd, voor een termijn van drie jaren en treden onmiddellijk in functie. Bij staking van stemmen is de stem van degene die de vergadering voorzit doorslaggevend.

Kandidaatstellingen voor bestuursmandaten, ondertekend door drie werkende leden, moeten aan de Raad gericht worden uiterlijk dertig kalenderdagen voor de Algemene Vergadering.

Elk jaar zal één derde van de Raad uittreden. De uittredende raadsleden zijn herkiesbaar.

Een Raadslid is van rechtswege ontslagnemend bij het verstrijken van het jaar waarin het de leeftijd van 65 jaar bereikt heeft.

De voorzitter, de ondervoorzitter, secretaris en penningmeester worden jaarlijks in de schoot van de Raad gekozen, zonder tussenkomst van de Algemene Vergadering.

De Raad kan het mandaat van een ontslagnemende of ontslagen bestuurder verder laten uitoefenen door een door hem aangeduid lid. De goedkeuring van deze aanduiding heeft plaats op de eerstvolgende Algemene Vergadering. Het aldus verkozen lid beëindigt het mandaat van zijn voorganger.

Art. 23 Ere-voorzitters of ere-ondervoorzitters kunnen door de Raad benoemd worden. Zij kunnen op de vergaderingen van de Raad uitgenodigd worden en geven de Raad advies, doch bezitten er geen stemrecht.

Art. 24 De Raad wordt ten minste vier maal per jaar in vergadering bijeengeroepen, of op initiatief van de voorzitter, telkens de belangen van de vereniging dit vergen.

De voorzitter is ertoe gehouden de Raad bijeen te roepen wanneer ten minste drie raadsleden hem er schriftelijk om verzoeken.

Art. 25 De beslissingen van de Raad worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de vergadering doorslaggevend.

Art. 26 De Raad heeft de meest uitgebreide bevoegdheid voor wat betreft het dagelijks bestuur van de vereniging.

Hij gelast zich met de behandeling van alle bestuurlijke aangelegenheden die niet aan de Algemene Vergadering zijn opgedragen en treft alle maatregelen met het oog op de verwezenlijking van het doel der vereniging.

Art. 27 De voorzitter waakt over het naleven van de statuten en reglementen. Hij zit de Raad en de Algemene Vergadering voor en handhaaft er de orde. Hij treft maatregelen voor het uitvoeren van de beslissingen van de Algemene Vergadering en van de Raad. Hij ondertekent samen met de secretaris alle stukken, beslissingen en notulen en vertegenwoordigt de vereniging in haar betrekkingen met overheid en derden. Hij vertegenwoordigt de vereniging in rechte hetzij als eiser, hetzij als verweerder binnen de grenzen van de wet van 31 maart 1898, behoudens wanneer de Raad mandaat verleent aan een ander persoon. Hij roept de Raad en de Algemene Vergadering bijeen.

Art. 28 De ondervoorzitter staat de voorzitter bij in zijn taak en vervangt hem van rechtswege bij afwezigheid.

Indien ook de ondervoorzitter verhinderd is, zal het voorzitterschap waargenomen worden door het oudste, aanwezige lid van de Raad.

Art. 29 De secretaris is gelast met het administratief werk van de vereniging. Hij stelt onder toezicht van de Raad, de notulen op der vergaderingen van de Raad en de Algemene Vergadering. Deze notulen worden opgenomen in een register en ondertekend door de voorzitter, de secretaris en de leden die zulks wensen. Hij houdt de lijst van de leden van de vereniging bij, overeenkomstig art. 9 van de wet van 31.03.1898.

Art. 30 De penningmeester is belast met het uitvoeren van het financieel beheer volgens de richtlijnen van de Raad. Hij voert ondermeer de boekhouding, stelt de jaarrekening op, zorgt voor de financiële verslaggeving en bereidt de begroting voor. De Raad bepaalt zijn volmachten en bevoegdheden rekening houdende met de hiervoor omschreven opdracht.

Art. 31 Alle klachten gericht tegen leden van de vereniging, van welke categorie ook, uitgaande van leden of derden worden onderworpen aan de Raad, die ze zal onderzoeken met inachtneming van het reglement van orde.

Art. 32 Om te kunnen beraadslagen moeten er minstens vijf leden in de Raad zetelen.

De tuchtstraffen die kunnen worden opgelegd zijn :

a) de waarschuwing ;

b) de berisping ;

c) de schorsing voor ten hoogste één jaar ;

d) de uitsluiting.

Deze straffen worden uitgesproken bij meerderheid van stemmen, behoudens de uitsluiting, die slechts met vier vijfden van de stemmen kan uitgesproken worden.

Art. 33 Tuchtstraffen kunnen worden opgelegd aan leden die :

1° in de uitoefening van hun opdrachten, zoals voorzien in artikel 6, tekort gekomen zijn aan hun beroepsverplichtingen ;

2° tekort gekomen zijn aan de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die ten grondslag liggen aan het beroep ;

3° de statuten en bijzondere reglementen der vereniging niet eerbiedigen.

HOOFDSTUK V Vermogen

Art. 34 Het vermogen van de vereniging bestaat uit alle roerende en onroerende goederen onder bezwarende of kosteloze titel verworven, in zover de vereniging deze wettelijk mag verwerven of bezitten.

Het vermogen van de vereniging wordt gespijsd door de bijdragen van haar leden, de schenkingen en legaten van particulieren, de toelagen van de openbare besturen en alle andere inkomsten die de vereniging wettelijk mag ontvangen.

Art. 35 De Algemene Vergadering beschikt over het vermogen en de inkomsten van de vereniging en zulks overeenkomstig de wet van 31 maart 1898.

De niet gebruikte gelden van de vereniging worden op een bankrekening geplaatst, op haar naam.

Andere plaatsingswijzen kunnen enkel worden toegelaten door een daartoe speciaal opgeroepen Algemene Vergadering waarop ten minste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn en met een meerderheid van ten minste drie vierden van de aanwezige leden.

In elk geval is het echter verboden delen of aandelen van een vennootschap van koophandel te verwerven.

HOOFDSTUK VI Geschillenberechtiging

Art. 36 De Raad zoekt in gemeen overleg met de tegenpartij naar middelen om ieder geschil waarbij de vereniging betrokken is, door verzoening of door een beslissing van scheidsrechters bij te leggen.

Geschillen die in de vereniging ontstaan betreffende de toepassing van de statuten en reglementen op niet uitdrukkelijk bepaalde gevallen, worden altijd beslecht door scheidsrechters, uit de leden gekozen en door de betrokken partijen benoemd. Bij staking van stemmen worden de geschillen beslecht door een derde scheidsrechter, die door beide andere of, als zij weigeren, door de voorzitter van de vereniging wordt benoemd. De beslissing van de scheidsrechters is definitief.

HOOFDSTUK VII Reglement van orde

Art. 37 De Raad stelt een reglement van orde op tot uitvoering van deze statuten. Alvorens te worden toegepast, moet het door de Algemene Vergadering zijn goedgekeurd. Dezelfde procedure wordt in acht genomen voor eventuele wijziging van dat reglement.

HOOFDSTUK VIII Vereffening

Art. 38 De Algemene Vergadering, die tot ontbinding besluit overeenkomstig art. 20 benoemt de vereffenaars en bepaalt hun bevoegdheid.

Art. 39 Na betaling der schulden en voor zoveel er nog een batig saldo overgebleven is, keert het bedrag der giften en legaten terug naar de schenkers of naar hun rechthebbenden. Deze terugkeer moet in de schenkingsakte of in het testament bedongen geweest zijn en dient ingevorderd te worden binnen het jaar volgende op de publikatie van de ontbinding.

Het resterende netto-actief wordt toegekend aan een gelijkaardige of aanverwante vereniging, aan te duiden door de Algemene Vergadering. Deze toekenning krijgt slechts uitwerking na bekrachtiging door de Raad van State